Kata







(Dit is het landschap van de realiteit)


Nogmaals over de bloem.


Vraag: De kennis van de bloem is de hoogste en fundamentele kennis. Het is de essentiële kennis. Hoe kan men die kennis verwerven?

Antwoord: … Een bewuste inspanning om het geheel van het repertoire tot de perfectie te voeren, dat zal het zaad zijn van de bloem. Dit gezegd; als men de bloem wil kennen, moet men eerst het zaad kennen. De bloem zit in de geestelijke voorbereiding, het zaad moet het vakmanschap zijn.

Een Zenmeester zei:
Het hart van de mens bevat alle zaden;
Onder de universele regen kiemen alle.
Zodra men de natuur van de bloem begrijpt
Rijpt het fruit van de verlichting spontaan.

Uit: Fûshi-kaden (1400)
(Opmerkingen in dialoogvorm)
door Zeami (1363-1444)

Over de substantie en het secundaire effect


Men moet weten wat de substantie (tai) en het secundaire effect (ju) betekenen. De substantie is vergelijkbaar met de bloem en het secundaire effect met haar parfum. Dit is net zoals met de maan en haar helderheid. Als u perfect de substantie heeft opgenomen moet het secundaire effect zichzelf aanbieden.

Een kenner ziet met zijn verstand; een niet-kenner met zijn ogen. Wat men met het verstand ziet is de substantie; wat men met de ogen ziet is het secundaire effect. Een beginneling ziet dus het secundaire effect en imiteert dat. Deze imitatie miskent het grondbeginsel van het secundaire effect. Het secundaire effect is per definitie niet imiteerbaar. Een kenner imiteert de substantie, want hij ziet met zijn verstand. De correcte imitatie van de substantie bevat het secundaire effect. Wanneer de niet-kenner het secundaire effect imiteert van zijn model, vergeet hij dat door de imitatie het secundaire effect de substantie wordt. Daar deze niet de authentieke substantie is, ontsnapt hem de substantie en haar secundair effect voor altijd en schiet er niets meer over van zijn model.

Wanneer men substantie en secundair effect zegt, begrijpt men dat beide steeds gelijktijdig bestaan. Als de substantie ontbreekt kan het secundaire effect evenmin bestaan. Als het secundaire effect  niet bestaat kan men het niet imiteren, er is geen manier om het te imiteren - het toch imiteren betekent het een reëel bestaan verlenen; is dat niet hetzelfde als het secundaire effect behandelen als de substantie?

Weten dat het secundaire effect bestaat door de substantie en dat het verstoken is van een eigen existentie; erkennen dat er geen  mogelijkheid is om het te imiteren, is kennis hebben. Daarom, omdat er geen mogelijkheid bestaat om het secundaire effect te imiteren, imiteer het niet. Weet dat als men de substantie imiteert, men meteen het secundaire effect imiteert. Ik dring aan: je moet het verschil weten te maken tussen de substantie en het secundaire effect. Iemand zei ooit: “Wat men wenst te imiteren is de vaardigheid, wat men niet moet imiteren is die vaardigheid.” - want dan slaat de imitatie op het secundaire effect terwijl de gelijkenis in de substantie zit.

Uit: Shikadoshô (1420)
(Het boek van de weg die naar de bloem leidt)
door Zeami (1363-1444)




Mark